Informatie

Wat doet een intern begeleider?


Een intern begeleider (IB’er) is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg binnen de school. 

De intern begeleider is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg en heeft coördinerende en begeleidende taken. Zij helpt leerkrachten en ouders met hulpvragen over kinderen. Ze voert ook gesprekken met ouders en leerkracht over het kind. Vaak is het zo dat de leerkracht een hulpvraag heeft, dan gaat de IB’er dit onderzoeken en kijken wat een passende oplossing is.  De IB’er houdt zich ook bezig met ondersteuningsplannen en het leerlingvolgsysteem. Soms is de IB’er tegelijk coach, dan helpt hij/zij leerkrachten met beter klassenmanagement en didactisch en pedagogisch handelen. In dat geval legt de IB’er klassenbezoeken af en voert daar gesprekken over. 
Het eerste aanspreekpunt voor u als ouder is de leerkracht van uw kind.

Leerlingen met leerproblemen, leerachterstanden en/of met sociaal-emotionele problemen krijgen extra ondersteuning van de leerkracht binnen de groep. Ook kan de hulp gegeven worden door de onderwijsassistente, zowel binnen als buiten de groep. 

De IB-er houdt de orthotheek actueel. De orthotheek is een verzameling speciale hulpmiddelen die een aanvulling vormen op de oefenstof die de verschillende boekjes in de klas al bieden. Wanneer de hulp binnen de groep ontoereikend is, zorgt de ib’er voor de vervolgstappen. Soms is het nodig de hulp van externe deskundigen in te roepen of een onderzoek aan te vragen. De IB’er weet daarvoor de weg.
Verder stelt de IB-er protocollen en beleidsstukken op over bijvoorbeeld hoe de extra zorg voor leerlingen binnen de school geregeld is. Er zijn regelmatig overlegmomenten gepland met de directeur over de gang van zaken. Tenslotte bezoekt de IB-er de bijeenkomsten van de IB’ers van PCBO Tytsjerksteradiel om kennis en ervaringen te delen en informatie op te doen over nieuwe ontwikkelingen binnen de zorg in het onderwijs. Hebt u nog vragen? Kom gerust langs!

Maatjes

Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van ‘maatjes’ of tutoren. Kinderen uit de bovenbouw worden gevraagd om bijvoorbeeld een aantal keren per week extra te lezen met kinderen uit de midden- of onderbouw. Mocht u hier bezwaar tegen hebben, zou u dat dan door willen geven aan één van de leerkrachten?

De ‘opvallende leerlingen’ worden zonodig tweemaal extra geobserveerd en/of getoetst door de intern begeleider  Dit gebeurt in de maanden oktober en maart. Na de toetsweken wordt u, als het nodig is, op de hoogte gehouden. Ook kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek. Het kan voorkomen dat de hulp op school niet genoeg is. Samen met de groepsleerkracht, de intern begeleider en u zoeken we naar hulp buiten school. In tegenstelling tot de kinderen van de groepen 3 t/m 8 toetsen we de kinderen van groep 1 en 2 één maal per jaar op het gebied van taal en rekenen. Na extra hulp en begeleiding toetsen we deze kinderen nogmaals om de vorderingen te kunnen bepalen. Om op deze manier de zorg te structureren, hopen we dat alle kinderen de zorg krijgen waar ze recht op hebben! Voor vragen en/of onduidelijkheden kunt u altijd contact opnemen met één van de groepsleerkrachten.

Een externe deskundige

Samen

De scholen van PCBO Tytsjerksteradiel willen graag samen met de ouders/verzorgers het kind optimale mogelijkheden bieden om zich te ontwikkelen. Het kan voorkomen dat bij de ontwikkeling externe hulp is gewenst. Zowel school als ouders/verzorgers kunnen gebruik maken van externe deskundigen. PCBO Tytsjerksteradiel streeft er naar dat school en ouders/verzorgers in overleg externe deskundigen om hulp vragen.

Scholen

Scholen kunnen in overleg met ouders/verzorgers een externe deskundige inschakelen bij de begeleiding van een kind, wanneer er sprake is van schooloverstijgende problemen. De problemen kunnen betrekking hebben op alle ontwikkelingsgebieden. De werkwijze voor het inschakelen van een extern deskundige verloopt volgens de "Weer Samen Naar School" afspraken. Nadat overleg met de ouders/verzorgers heeft plaatsgevonden, wordt een voorstel besproken met de ambulante begeleider van het speciaal basisonderwijs. We maken daarbij gebruik van de door de vereniging ingehuurde gekwalificeerde onderzoekers in de vorm van een consultatieve leerlingbegeleiding of een psycho-diagnostisch onderzoek.
Het kan ook voorkomen dat school met de ouders/verzorgers in overleg besluit externe hulp te vragen bij gekwalificeerde externe deskundigen die niet door de vereniging zijn ingehuurd. De ambulante begeleider van het speciaal basisonderwijs wordt hierover ingelicht.

Ouders/verzorgers

Ouders/verzorgers hebben eventueel de mogelijkheid om zelf externe deskundige te vragen voor hulp bij de ontwikkeling van hun kind (eren). Wanneer ouders/verzorgers zelf een onderzoek willen of een second opinion wensen, wordt verwacht dat zij de school daarover informeren. In dit geval betalen de ouders/verzorgers het onderzoek. School kan alleen maar informatie geven over het kind als zij wordt betrokken bij het onderzoek en bij de begeleiding van het kind.

Criteria voor de school bij de keuze van een externe deskundige door ouders/verzorgers:

  • Een gekwalificeerde onderzoeker
  • Klassenobservaties moeten na toestemming van de school met de leerkracht en ib’er besproken worden
  • De onderzoeker moet aantoonbare ervaring met basisschoolleerlingen hebben
  • Er wordt een onafhankelijk advies gegeven
  • De school beslist met welke methodieken en materialen kinderen op school werken
  • De inbreng van de school is een vereiste
  • De uitslag toelichten aan ouders en school
  • Wanneer ouders voor een externe deskundige kiezen die niet aan deze criteria voldoet, voelt de school zich niet verplicht om de uitkomsten van een dergelijk onderzoek over te nemen.

Lezen

Regelmatig bereikt mij de vraag: ‘Welke boeken kan ik mijn kind aanbieden?’ of ‘Op welk niveau leest mijn kind?’  Mogelijk zijn er meer ouders die deze vraag hebben? 

Kinderboeken zijn ingedeeld op AVI-niveaus. AVI staat voor Analyse van Individualiserings- vormen. Het AVI-niveau geeft de maatstaf voor de leesvaardigheid van de kinderen en de moeilijkheidsgraad van de boekjes aan. Zo weet je altijd welke boeken een kind goed kan lezen en welke te makkelijk of nog te hoog gegrepen zijn. Het gaat hierbij alleen om het vlot lezen, niet om het begrip van de inhoud. De AVI-indeling vindt u op de achterkant van de meeste kinderboeken. De nieuwe AVI-indeling is gekoppeld aan de groep waarin het kind zit. Voor de nieuwe AVI’s staat een M of een E. De M staat voor Midden en de E voor Eind. M4 houdt dus in dat dit niveau behaald moet worden in het midden van groep 4!

.Maar AVI is niet het enige: het belangrijkst is natuurlijk dat een kind een boek kiest dat hem of haar aanspreekt. Daarbij zijn ook andere factoren van belang: staan er wel of geen illustraties in? Hoe groot zijn de letters, en hoeveel zinnen staan er op een pagina? Is het leuk geschreven? Maar het allerbelangrijkst is toch wel: spreekt het boek het kind aan? Een lezer die gemotiveerd is om een bepaald boek te lezen kan misschien best een hoger niveau aan dan uit de AVI-test op school is gekomen en leert daar ook weer van. En andersom: hoe erg is het als een kind enorm geniet van een boek dat misschien iets te makkelijk is? Hij leert op die manier wel dat je aan lezen heel veel plezier kunt beleven! Wij raden daarom aan om AVI nooit als het enige criterium voor het uitkiezen van leesboeken te gebruiken.